We zijn gezegend met een kajuit op de 8 e verdieping van de 10 die er zijn. Vlakbij het
upper deck, dat lijkt ons wel prettig. Soms kan een mens zich vergissen. Hoe hoger
in het schip, hoe meer deining. En wat deint de zee… Het lijkt bij momenten alsof we
in een wasmachine zitten. Na vijf uur varen, geeft mijn lijf toe dat er geen
zeemansbenen in mij schuilen. Ik wil maar één ding: vaste grond onder mijn voeten.
Laat dat nu net het onmogelijke zijn. Een stevige dosis anti-zeeziek-pilletjes en een
Motilium later, vallen we toch in slaap. En raar maar waar: we slapen als roosjes. Pas
rond tien uur in de ochtend worden we weer wakker. Daarmee is onze bootreis naar
Faeröer tot ongeveer de helft gevorderd. Wat nog meer om tijd te doden? Het
geplande werk lijkt niet echt een realistische optie gezien de ‘state of maag’…
We trekken met ons eten naar het bovendek, waar we – geteisterd door de wind –
een klein uurtje vertoeven en een paar mooie vogels zien passeren. Links van ons
liggen de Shetland Eilanden. De golven beuken woest in tegen de rotsen waarop een
vuurtoren het overzicht bewaart.
De dochter is gaan informeren naar het zwembad en de fitness. Geen extra kosten,
niet nodig te reserveren. Een klein half uurtje kijken we helemaal in de buik van het
schip, op de onderste verdieping naar het zwembadje waar met wat proppen vijftien
mensen in kunnen. Het bad is gevuld met kotertjes tussen twee en twaalf jaar, die
zich laten meevoeren door het natuurlijk aangedreven golfslagbad. Dochterlief kan
nog mee in het zwembad, Geert en ik gaan de sauna in. Na een half uur houden we
het toch voor bekeken en trekken we weer naar onze kajuit. Een dutje doen, moet
kunnen.
Zo dobberen we met de tijd mee. Wat slapen, eens buiten, lucht happen, douchen
(dat helpt écht tegen zeeziekte) en vooral zo weinig mogelijk rondlopen.
Het leek wel een eeuwigheid te duren, maar eindelijk varen we tussen de eilanden
van Faeröer door tot onze halte in Torshavn. Meteen valt op hoe mooi groen alles
hier is, al maken we ook de kanttekening dat dit enkel door de grote hoeveelheden
regen kan komen. De rit richting camping in het noorden van de Faeröer, belooft veel
moois voor de komende dagen. Langs de fjorden, tussen de schaapjes, schattige
dorpen, groene heuvels. Dan is het even zoeken. We hebben een half jaar geleden
al gereserveerd, maar de campingeigenaar is nergens te bekennen en piketten in de
grond slaan op een kunstgras voetbalveld blijkt niet zo simpel. We behelpen ons door
bij elk punt een grote steen te leggen en hopen dat de wind niet te fel opsteekt
tijdens de drie dagen en drie nachten dat ons tentje rechtop moet blijven. Tegen de
tijd dat we eindelijk kunnen gaan slapen is het half twee geweest. Het is muisstil, op
enkele vogels na die elkaar hoog boven ons hoofd toeroepen.
Conclusie van de dag: 33 uur op een boot is geen pretje en over een week of 6
voegen we bij die tijd nog eens 19 uur extra toe… Dat belooft.




Leave a Reply